theo colenbrander

Droedels. De slordige, gedachteloze krabbels van een dagdromer. Hij gaf ze stuk voor stuk een naam, variërend van 'aardbei', 'kantwerk' of 'krachtig' tot aan 'draaiing', 'bruisend' of 'warrig'. Die tekeningen werden de basis voor keramiekontwerpen of tapijten. Gewaagde ontwerpen.

Theo Colenbrander was zijn tijd ver vooruit. Hij had een compleet eigen stijl, die niet in een hokje te plaatsen viel. Na een loopbaan als architect maakte hij in 1884 (op zijn veertigste) een radicale wending en ging hij zich vooral toeleggen op keramiek. Net als veel van zijn tijdgenoten beperkte hij zich niet tot één discipline, maar ontwierp hij ook boekbanden, tapijten en interieurs. Gewaagd door de bizarre vormen en vernieuwend door bonte kleuren en geabstraheerde motieven die hij  vrij over het vlak verdeelde, had Colenbrander in artistieke kringen veel succes. 

Tijdens zijn loopbaan als architect  werkt hij enige tijd in Parijs, waar hij in 1867 de wereldtentoonstelling bezocht. De gebouwen en de objecten moeten een enorme indruk op de jonge Colenbrander hebben gemaakt. Zo was Japan voor de eerste keer vertegenwoordigd en waren diverse exotische gebouwen als een Indiase tempel, een minaret en een pagode te zien. Dat is terug te zien in zijn werk. 

Aan de ene kant zijn er de gestileerde bloemmotieven uit de Art Nouveau, maar ook de exotische patronen uit het Oosten verwerkt hij in zijn ontwerpen. De tapijten van Colenbrander laten zien dat hij goed bekend was de ontwerp-principes van oosterse tapijten, maar dat hij er een westerse draai aan gaf. En zijn  vazen doen denken aan de minaretten van een moskee. 

Hoewel Theo Colenbrander ook interieurs vormgaf is daar weinig van bewaard gebleven. De foto hiernaast laat het door hem bedachte interieur zien van de bibliotheek in de villa van de familie Mesdag, die zijn werk verzamelde. Helaas is het een zwart/witfoto die geen recht doet aan de uitgesproken kleuren die Theo koos, maar de oriëntaalse invloeden zijn desondanks goed te herkennen.