pablo picasso

In de koloniale 19e eeuw was het importeren van kunstschatten uit de kolonieën de normaalste zaak van de wereld. In Parijs werd in 1904 een grote tentoonstelling van  'Primitieve Afrikaanse Kunst' gehouden. Picasso was diep onder de indruk van de vereenvoudiging van de vorm, de accentuering van de gelaatstrekken en van de grote kracht die van de werken uitging. Het is terug te zien in zijn werk. Langzaam verandert het werk van Picasso van keurig realistisch naar geabstraheerde vormen met veel platte vlakken er tussen.  Een voorbeeld hiervan is het bekende kunstwerk Les Demoiselles d'Avignon uit 1907, de vrouwen hebben gezichten die veel weg hebben van de maskers. Kunstkenners beweren dat de maskers verschillende betekenissen hebben. Hij had dit schilderij laten zien aan zijn vrienden, maar zij waren niet overtuigd en erg negatief. Bijgevolg heeft Picasso het werk bijna 10 jaar aan niemand laten zien, maar het liet hem niet los. Picasso
 begreep
 wat de de
 vormprincipes
 uit Afrika voor hem konden betekenen. Hij nam zelfs deels hun kleurgebruik over zoals je kunt zien in het zelfportret hiernaast. Voor 
hem, 
en
 voor 
zijn 
tijdgenoten,
 werd 
het
 masker
 een
 middel
 om
 de
 werkelijkheid
 te
 ontleden
 en
 te
 deconstrueren.
 Hij
 werd
 hiermee
 de
 grondlegger
 van
 het
 kubisme.
 

Meer kunstenaars die zich lieten inspireren door (Afrikaanse) maskers zijn James Ensor, Emil Nolde en Ernst Ludwig Kirchner. Allen expressionisten die begrepen dat vereenvoudiging tot krachtiger expressie kon leiden.